Gidsen Algemeen 16.07.2026

Veilig licht bij een blackout: helder blijven zonder brandgevaar

LED-lantaarns, zaklampen en hoofdlampen zijn veiliger dan open vuur. Plan lichtzones, batterijen en vaste opbergplaatsen voor meerdere nachten.

Veilig licht bij een blackout: helder blijven zonder brandgevaar
Wanneer bij een stroomuitval plotseling alles donker wordt, grijpen veel mensen eerst naar hun telefoon of naar kaarsen. Geen van beide is geschikt als belangrijkste oplossing: de telefoon is nodig voor communicatie en open vuur vergroot juist in onverwachte duisternis het brandgevaar. Een veilig lichtplan bestaat daarom uit meerdere elektrische lichtbronnen met elk een vaste taak.

Voor de basisverlichting van een kamer is een stabiele LED-lantaarn met een lage en hoge lichtstand geschikt. Die verspreidt het licht beter dan een zaklamp en kan op een tafel of een andere verhoogde, stevige ondergrond worden gezet. Eén lantaarn is echter niet genoeg voor een heel huishouden. Iedere persoon moet daarnaast een eigen zaklamp hebben. Een hoofdlamp is bijzonder praktisch omdat beide handen vrij blijven bij traplopen, het verzorgen van een kind, het controleren van de meterkast of het openen van voorraden.

Verdeel de verlichting in drie zones. Oriëntatieverlichting hoort bij trappen, gangen, badkamers en uitgangen. Werkverlichting gaat alleen aan waar iemand kookt, medicijnen afmeet of een reparatie uitvoert. Persoonlijke verlichting blijft bij de gebruiker. Zo hoeft niet het hele huis voortdurend fel verlicht te zijn en gaan de batterijen veel langer mee.

Kies bij voorkeur LED-lampen met meerdere helderheidsstanden. De laagste stand is vaak voldoende om te lopen en te praten. Richt een zaklamp op een lichte muur of het plafond in plaats van rechtstreeks in iemands gezicht. Dat geeft zachter omgevingslicht en helpt het nachtzicht te behouden. Knipper- en turbostanden zijn binnenshuis meestal overbodig en verbruiken onnodig veel energie.

Bewaar passende reservebatterijen voor alle belangrijke lampen. Het eenvoudigst is een systeem met zo weinig mogelijk batterijformaten, bijvoorbeeld vooral AA of AAA. Bewaar batterijen koel en droog en apart van metalen voorwerpen. Verwijder lekkende, beschadigde of opgezwollen batterijen en accu’s onmiddellijk uit de voorraad. Oplaadbare lampen moeten regelmatig worden geladen, maar niet langdurig zonder toezicht aan geïmproviseerde laders blijven hangen. Een powerbank is een nuttige reserve, maar vervangt geen lamp met verwisselbare batterijen.

Kaarsen, waxinelichtjes en olie-, petroleum- of gaslampen horen niet bij de normale verlichting tijdens een blackout. Ze kunnen omvallen, gordijnen of papier laten ontbranden en bij vermoeidheid worden vergeten. Open vuur is extra gevaarlijk in kinderkamers, slaapkamers, smalle gangen, in de buurt van huisdieren en op plaatsen waar brandstof wordt opgeslagen. LED-kaarsen op batterijen geven oriëntatielicht zonder open vlam.

Leg minstens één zaklamp direct naast ieder bed en een tweede op een vaste, gemakkelijk bereikbare plek bij de ingang. Niemand zou in het donker door de woning moeten lopen om eerst licht te zoeken. Lichtgevende markeringen op traptreden, deurkozijnen of de meterkast kunnen extra helpen en hebben geen stroom nodig.

Test alle lampen één keer per maand. Controleer schakelaars, laadniveau, contacten en reservebatterijen. Noteer de controledatum op een klein kaartje in de nooddoos. Laat ook kinderen en oudere huisgenoten oefenen welke lamp van hen is en hoe de lage lichtstand wordt ingeschakeld.

Het doel is niet om tijdens een blackout iedere kamer net zo helder te verlichten als normaal. Veilige looproutes, vrije handen en genoeg reserve voor meerdere nachten zijn belangrijker. Eén LED-lantaarn per gebruikte ruimte, een persoonlijke zaklamp of hoofdlamp per persoon en een geordend batterijsysteem bieden meer veiligheid dan een lade vol ongeteste lampen.

Bronnen: Ready.gov, “Power Outages”; American Red Cross, “Power Outage Safety”; London Fire Brigade, “Candles – Fire safety at home”.